Zwangerschap, borstvoeding en arbeid in het onderwijs

In het primair onderwijs werken veel vrouwen. Elke school kan dan ook te maken krijgen met een zwangere leerkracht of moeders die borstvoeding geven of kolven. In het onderwijs liggen de risico’s voor zwangere medewerksters vooral bij lichamelijk zwaar werk (veel staan, bukken en tillen) en het ervaren van werkdruk of -stress. Ook kunnen infectieziekten (bijvoorbeeld rode hond, waterpokken) een risico opleveren en moet het werkklimaat zo optimaal mogelijk zijn.

Op het moment dat een medewerkster de werkgever meldt dat zij zwanger is, moet de werkgever – waar nodig – aanvullende maatregelen treffen, naast de standaard arbomaatregelen die voor iedereen gelden. De werkgever moet ervoor zorgen dat een medewerkster borstvoeding kan geven of kolven op het werk. 

Onderstaande oplossing heeft betrekking op arbomaatregelen voor zwangere leerkrachten en werkneemsters én voor werkneemsters die borstvoeding geven of kolven kolven in het primair onderwijs: van basisonderwijs tot (voortgezet) speciaal onderwijs. Deze oplossing is gebaseerd op wetgeving en het oordeel van deskundigen.

Oplossing zwangerschap, borstvoeding en kolven op het werk

Algemeen

  • Volg de Arbeidstijdenwet bij zwangerschap en/of het geven van borstvoeding na zwangerschap.Voor zwangere werkneemsters gelden een aantal speciale regels als het gaat om werk- en rusttijden (Arbeidstijdenwet artikel 4.5). Hierin staat dat zij recht heeft op: 
    • Stabiele en regelmatige arbeids- en rusttijden
    • Maximaal 10 uur arbeid per dienst en maximaal 45 uren per 16 weken (of maximaal 50 uur per vier weken) 
    • Extra pauzes: een achtste van de arbeidstijd, de werkgever moet het loon doorbetalen
    • Geen nachtdiensten
    • Zwangerschapsonderzoek tijdens werktijd, de werkgever moet het loon doorbetalen
    • Zwangerschaps- en bevallingsverlof: 28 dagen voor en 42 dagen na de vermoedelijke bevallingsdatum mag de werkneemster niet werken. 
  • Voor werkneemsters die borstvoeding geven of kolven gelden ook speciale regels als het gaat om werk- en rusttijden. Deze rechten zijn vastgelegd in artikel 4.5 en artikel 4.8 van de Arbeidstijdenwet. Hierin staat dat zij tot zes maanden na de bevalling recht heeft op: 
    • Kolven of borstvoeding geven onder werktijd tot maximaal een kwart van de duur van de werkdag, de werkgever moet het loon doorbetalen
    • Maximaal 10 uur arbeid per dienst en maximaal 45 uren per 16 weken (of maximaal 50 uur per vier weken)
    • Extra pauzes (een achtste van de arbeidstijd; de werkgever moet het loon doorbetalen)
    • Geen nachtdiensten, tenzij dit écht niet anders kan. 
    • Daarnaast tot negen maanden: kolven of borstvoeding geven onder werktijd tot maximaal een kwart van de duur van de werkdag, de werkgever moet het loon doorbetalen.  
       
  • Pas eventueel het werk van de zwangere of borstvoedinggevende werkneemster aan op basis van artikel 1.42 van het Arbobesluit (volg hierbij het RAAK-principe).
    R: Risico's wegnemen binnen de eigen functie en de eigen werkplek. Is dit redelijkerwijs niet mogelijk dan volgt:
    A: Aanpassing van het werk en/of aanpassing van de werk- en rusttijden. Is dit niet mogelijk dan volgt:
    A: Ander werk. Is ander werk niet mogelijk dan volgt:
    K: Keerpunt in de benadering, namelijk het vrijstellen van het verrichten van arbeid.
  • •    Stel een geschikte ruimte beschikbaar voor het geven van borstvoeding of om te kolven: De werknemer heeft de eerste negen maanden na de bevalling het recht om onder werktijd borstvoeding te geven of te kolven. De werkgever is verplicht om een hygiënische en van binnen afsluitbare ruimte in te richten voor het kolven of het geven van borstvoeding. Dit is vastgelegd in artikel 3.48 van het Arbobesluit samen met artikel 4.8 van de Arbeidstijdenwet. Deze ruimte moet aan een aantal eisen voldoen:
    • De ruimte moet van binnenuit afgesloten kunnen worden
    • De ruimte moet voldoende privacy bieden.
    • De ruimte moet voldoende rustig en afgezonderd zijn. 
    • In de ruimte moet een bed of rustbank staan.
    • De ruimte moet voldoende verse lucht en voorzieningen voor klimaatbeheersing bieden. 
    • Vlak bij de ruimte moet een goedwerkende koelkast staan.
    • De ruimte moet een goede temperatuur hebben en dus niet te warm of te koud zijn.
    • Vlakbij de ruimte moet er een mogelijkheid zijn om flessen te steriliseren of goed te reinigen.
    • In de ruimte mag geen risico zijn op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en verontreinigingen.
  • Het personeelsdeel van de (Gemeenschappelijke) Medezeggenschapsraad (P(G) MR) heeft instemmingsrecht over regelingen en de voorlichting rond zwangerschap en borstvoeding.

Oplossingen voor de werkgever

  • Inventariseer de risico's die voor de eigen school en medewerkers gelden. De werkgever is verplicht de arbeidsrisico's in de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) te vermelden. In het bijbehorende plan van aanpak noteert hij de aanvullende maatregelen die nodig zijn om het risico te beheersen. Hij moet de zwangere werkneemster tijdig voorlichten, zodat ze op de hoogte is van de risico’s.
  • Formuleer een schoolbeleid over omgaan met zwangerschap en borstvoeding. Let hierbij op geldende wet- en regelgeving en de volgende punten:
    • Fysieke belasting
    • Werkdruk/werkstress
    • Gevaar van infectieziekten
    • Werkklimaat
  • Informeer leidinggevenden over de wettelijke kaders, arbeidsrisico's en aanvullende maatregelen tijdens een zwangerschap en de periode van borstvoeding/kolven. Leidinggevenden hebben de taak het initiatief te nemen en niet te wachten tot de betrokken werkneemster met vragen of klachten komt.
  • Informeer vrouwelijke medewerkers, wanneer van toepassing, over de specifieke risico's en het schoolbeleid bij zwangerschap. Deze voorlichting moet plaatsvinden binnen twee weken nadat de medewerkster aan de werkgever gemeld heeft zwanger te zijn.
  • Informeer in overleg met de werkneemster de directe collega’s over de zwangerschap.
  • Zorg met de leidinggevende (vanuit diens rol en als voorbeeldfunctie) en collega’s voor sociale ondersteuning als buffer tegen werkdruk.
  • Voorkom bovenmatige fysieke belasting van de zwangere.
  • Tref maatregelen in het tweede en derde trimester van de zwangerschap als de fysieke belasting te hoog is of de zwangere medewerkster fysiek vermoeid is. Volg hierbij het RAAK-principe.
    Zorg ervoor dat:
    • In de laatste drie maanden van de zwangerschap er niet meer dan eenmaal per uur wordt gehurkt, geknield of gebukt
    • In de gehele zwangerschap en tot drie maanden na de bevalling het eventueel te tillen gewicht minder dan 10 kilo bedraagt
    • Vanaf de 20e week van de zwangerschap gewichten van 5 kilo of meer maximaal 10 keer per dag worden getild
    • Vanaf de 30e week van de zwangerschap gewichten van 5 kilo of meer maximaal 5 keer per dag worden getild.
    • Raadpleeg een deskundige (bijvoorbeeld een bedrijfsarts of de arbodienst) bij vragen of twijfels.
  • Voorkom werkstress.
    Werkstress heeft nadelige gevolgen voor de zwangerschap, het ongeboren kind en de borstvoeding. Ook leidt stress tot zwangerschap gerelateerd verzuim en een latere werkhervatting na de bevalling. In het primair onderwijs is de ervaren werkdruk een mogelijk risico. De balans tussen werkdruk en belastbaarheid kan in de zwangerschap snel veranderen. Dezelfde maatregelen als bij zwangerschap kunnen ook toegepast worden bij medewerksters die borstvoeding geven.
    • Spreek regelmatig met de zwangere werkneemster over het werk in het algemeen en de werkdruk in het bijzonder. Neem als leidinggevende ook zelf het initiatief. Wacht niet tot het moment dat de medewerkster met klachten komt.
    • Tref maatregelen als de werkdruk te hoog is. Ga met de zwangere medewerkster na wat precies het knelpunt is. Is er bijvoorbeeld sprake van te veel werk, te lange werkdagen/overwerk, te moeilijk werk of te strakke deadlines?
    • Spreek maatregelen af om de werkdruk te verminderen. Hanteer hierbij het RAAK-principe. Bijvoorbeeld door:
      rustmomenten in de agenda te reserveren, (lunch)pauzes ‘heilig te verklaren’ en tijdig te beginnen met het overdragen van werk aan degene(n) die het werk in de verlofperiode overnemen. Dit heeft een positief effect op de werkdruk, maar ook op de continuïteit en kwaliteit van het werk.
    • De Arbeidstijdenwet stelt kaders voor de werk- en rusttijden van zwangere werkneemsters: extra pauzes en maximering van het aantal werkuren per dag, maand en kwartaal.
    • Voorkom dat verhoging van de werkbelasting van collega’s optreedt.
    • Tref maatregelen die zo goed mogelijk aansluiten bij de maatregelen die genomen gaan worden tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof van de medewerkster.
    • Bewaak de sociale ondersteuning op de werkplek. De sociale steun van collega’s voor de zwangere werkneemster is van belang als buffer tegen de gevolgen van werkdruk. De leidinggevende heeft hier een voorbeeldfunctie.
  • Wees alert op infectieziekten.
    Een aantal infectieziekten kan (ernstige) schadelijke gevolgen hebben voor de zwangerschap, het ongeboren kind en de zuigeling (via de borstvoeding). Er zijn infectieziekten die via diercontacten of voedingsmiddelen overgebracht worden. In de werksituatie binnen het primair onderwijs zijn kindercontacten een veelvoorkomende bron. De bekendste ziekten zijn rodehond, mazelen, waterpokken, cytomegalie (een herpesvirus) en het humane parvovirus B19 (vijfde ziekte). Zie ook Infectieziekten.
  • Stel zwangere collega’s niet (langdurig) bloot aan hoge geluidsniveaus en zorg ervoor dat ze in een behaaglijk binnenklimaat kunnen werken. 
  • Stel zwangere en pas bevallen werkneemsters niet bloot aan gevaarlijke stoffen. Denk aan bepaalde schoonmaakmiddelen, lijmen, toner, etc. Ook hier geldt dat deze stoffen invloed kunnen hebben op het ongeboren kind en via de borstvoeding op het pasgeboren kind.
  • Monitor regelmatig of de maatregelen afdoende zijn en/of de medewerkster belemmeringen ervaart. Neem indien nodig extra maatregelen. Hoe verder de zwangerschap gevorderd is, hoe meer bepaalde maatregelen t.a.v. fysieke belasting en werkdruk moeten worden aangescherpt. 

Oplossingen voor de werknemer

  • Fysieke belasting
    Voor alle medewerkers is het belangrijk maatregelen te nemen om risico’s m.b.t. fysieke belasting te verminderen. Bij zwangerschap geldt dit nog meer. Bij fysieke belasting gaat het om dragen en tillen, lang staan, bukken, hurken of knielen. Situaties die in het onderwijs veel voorkomen. 
    • Vermijd bukken, hurken en knielen.
    • Vermijd het tillen.
    • Beperk het staan zo veel mogelijk.
      Naarmate de zwangerschap vordert worden bovenstaande regels steeds belangrijker. 
  • Werkdruk/werkstress tijdens zwangerschap
    Werkstress heeft nadelige gevolgen voor de zwangerschap, het ongeboren kind en de borstvoeding. Ook leidt stress tot zwangerschapsgerelateerd verzuim en een latere werkhervatting na de bevalling. In het primair onderwijs is de ervaren werkdruk een mogelijk risico. De balans tussen werkdruk en belastbaarheid kan in de zwangerschap snel veranderen.
    • Signaleer op tijd verschijnselen van werkdruk/werkstress.
    • Bespreek met leidinggevende of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
  • Wees alert op infectieziekten.
    Een aantal infectieziekten kan (ernstige) schadelijke gevolgen hebben voor de zwangerschap, het ongeboren kind en de zuigeling (via de borstvoeding). Zie ook Infectieziekten.
  • Vermijd langdurige blootstelling aan hoge geluidsniveaus.
  • Vermijd blootstelling aan en contact met gevaarlijke stoffen.

Graag ontvangen we uw feedback over onze artikelen.
Laat uw mening hier achter.

thumbs up
thumbs down

Wet- en regelgeving zwangerschap

Arbeidsomstandighedenbesluit

Arbeidstijdenwet

Ziektewet

Cao PO

Meer info over zwangerschap in het onderwijs

Infectieziekten 

Zie ook het onderwerp Infectieziekten
Zwangerschap: infectieziekten-maatregelenkaart. Het ongeboren kind en de zwangere vrouw kunnen in het werk enig risico lopen met een infectieziekte. Om de besmettingsrisico's zo klein mogelijk te houden, is een infectieziekten-maatregelenkaart ontwikkeld.

Zwangerschap, werk en COVID-19

De RIVM heeft op 25 maart 2020 een richtlijn over zwangerschap, werk en COVID-19 uitgebracht.

Rugbelasting bij tillen tijdens zwangerschap

Er zijn wettelijke regels vastgesteld hoeveel een zwangere vrouw maximaal mag tillen. De zwangere of pas bevallen werkneemster moet tot drie maanden na de bevalling zo min mogelijk handmatig gewichten tillen. Als er toch getild moet worden, gelden bepaalde grenzen. In deze video wordt zichtbaar gemaakt wat het verschil is in rugbelasting tussen een zwangere en een niet zwangere. 

Handreiking Arbomaatregelen Zwangerschap & Werk

In de handreiking Arbomaatregelen Zwangerschap & Werk wordt beschreven hoe branches maatregelen kunnen nemen rond de zwangerschap van werknemers. Deze handreiking is in opdracht van de Stichting van de Arbeid ontwikkeld en geüpdatet door de SER.

Praktijkvoorbeelden uit het primair onderwijs