Brandpreventie

De gevolgen van een brand in een school kunnen zeer ernstig zijn, zeker omdat het gaat om jonge kinderen die zich niet zonder hulp kunnen redden.

Bij brand in een gebouw ontstaat al snel een levensbedreigende situatie, vooral door de grote rook- en hitteontwikkeling. Daarom is brandpreventie zeer belangrijk. Maar mocht er toch brand uitbreken, dan is het zaak dat iedereen het gebouw zo snel mogelijk verlaat. Alleen op die manier wordt letsel of erger voorkomen. 

De oplossingen gaan over het voorkómen van brand, het vrijhouden van vluchtroutes en het adequaat optreden als er toch brand uitbreekt. De oplossingen zijn gebaseerd op wetgeving en aanbevelingen.

Oplossing

nla

Ontruimen
In een ontruimingsplan staat wie welke actie moet ondernemen in geval van een calamiteit. Het bevat procedures die gevolgd moeten worden bij ontruiming, een beschrijving van taken en instructies en tekeningen van de vluchtwegen. Ook wordt vastgelegd welke voorzieningen aanwezig moeten zijn en welke maatregelen hiervoor genomen moeten worden. Alle taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden beschreven. Spreek bijvoorbeeld per lokaal de vluchtroutes af, spreek af wie de toiletten controleert en spreek een verzamelplaats af waar je elkaar na het vluchten ontmoet, zodat je snel weet of er nog iemand binnen is.

Iedereen (kinderen en medewerkers) moet weten wat ze moeten doen bij een alarm voor ontruiming, daarom is het van belang om dit regelmatig te oefenen (bijvoorbeeld twee keer per jaar). Oefen niet alleen onder standaardomstandigheden waarbij alle kinderen in de klas zitten, maar ook tijdens bijeenkomsten in de aula of tussen de middag wanneer kinderen overblijven. Leg vast wanneer oefeningen voor ontruiming hebben plaatsgevonden en noteer de resultaten. Evalueer het ontruimingsplan en pas eventueel het ontruimingsplan aan.

Het schoolgebouw moet goed bereikbaar zijn voor de brandweer. Dit wil zeggen dat de verbindingsweg van de openbare weg naar het schoolgebouw vrij moet zijn van obstakels. Het is mogelijk dat de brandweer hiervoor over een stoep moet rijden. Zorg ervoor dat hier geen auto’s parkeren of afvalcontainers staan. Laat dit deel van de stoep markeren door de gemeente. Bespreek de toegang van het gebouw ook met de lokale brandweer.
De school voldoet aan de eisen zoals die zijn opgenomen in de door de gemeente afgegeven Omgevingsvergunning.

Inruimen bij overheidsalarm
Zorg ervoor dat duidelijk is wie wat moet doen bij een overheidsalarm (inruimen, ramen en deuren sluiten, radio en/of tv afstemmen op de lokale zender etc.). Meer hierover is te lezen bij het onderwerp Rampen - wat te doen?.

Brandpreventie
Elektrische apparaten
Een brand kan ontstaan door mechanische problemen bij elektrische apparaten, maar ook bijvoorbeeld als gevolg van inbraak, vandalisme of brand in apparatuur (klei-ovens). Ook problemen met cv-ketels en mechanische ventilatiesystemen kunnen leiden tot brand. Het is daarom van belang deze apparaten regelmatig te laten keuren en goed onderhoud te plegen.

(brandbare) Versieringen en materialen
Versieringen in lokalen of aula mogen geen brandgevaar opleveren:

  • Versieringen mogen niet gemakkelijk ontvlambaar zijn, bijvoorbeeld kersttakken aan het plafond en kerstbomen moeten geïmpregneerd zijn (of gebruik kunstkerstbomen).
  • Ballonnen gevuld met brandbaar gas mogen niet in het schoolgebouw aanwezig zijn (helium is niet brandbaar, waterstof wel).
  • Slingers, repen stof en vlaggetjes bepalen hoe snel een brand om zich heen grijpt. Hang ze dus nooit in de buurt van apparatuur die warmer wordt dan handwarm. Zo moeten versieringen op minimaal 50 cm afstand hangen van lichtspots.
  • Controleer bij kerst- en feestverlichting of de bedrading niet beschadigd is.
  • Versiering mag het zicht op vluchtrouteaanduidingen en de werking van de noodverlichting of andere veiligheidsvoorzieningen niet belemmeren.

Een uitzondering is als de versiering maar een klein onderdeel van het lokaal uitmaakt en daardoor niet het brandgevaar verhoogt. Denk hierbij aan werkstukken zoals papieren en kartonnen werkstukken van leerlingen die als versiering opgehangen zijn e.d.
Het materiaal is brandveilig als:

  • Tijdens de verhitting geen druppels vrijkomen (al of niet brandend of druipend)
  • Tijdens de verhitting geen roetvlokken vrijkomen
  • Het materiaal niet meer dan 15 seconden navlamt en maximaal 60 seconden nagloeit

Afvalbakken mogen niet brandbaar zijn en opgesteld zijn op afstand van het schoolgebouw om brandoverslag vanuit de brandende afvalbak naar de school te voorkomen. De centrale afvalberging is afgesloten en er is voldoende afstand van het schoolgebouw, zodat een brandje in deze berging niet kan overslaan naar het schoolgebouw.

Deuren en ramen met een brandwerende functie moeten gesloten zijn (of automatisch sluiten indien er brand uitbreekt). Hierdoor wordt voorkomen dat de brand zich in snel tempo verspreidt door de hele school. Deze deuren mogen dus niet vastgezet worden met een touw of haak. Als deuren toch onder normale omstandigheden open moeten blijven kunnen kleefmagneten, drangers of vloerveren aangebracht worden die automatisch ontkoppeld worden bij rookdetectie.

Blusmiddelen
Blusmiddelen (brandslang, draagbaar blustoestel) dienen voldoende aanwezig te zijn, direct bereikbaar en zichtbaar of worden aangeduid met een rood/wit pictogram. Zorg ervoor dat medewerkers en overblijfpersoneel weten hoe blusmiddelen gebruikt moeten worden.

Note: Op school zijn geen CO2 (koolzuur)blussers aanwezig. 
Bij ondeskundig gebruik geeft de CO2-blusser risico's op brandwonden en verstikking. Het nadeel van deze blusser zit vooral in het gebruik in kleine en besloten ruimtes. De zuurstof wordt namelijk door de CO2-blusser verdreven en vooral kleine ruimtes vullen zich dan met kooldioxide waardoor degene die de bluswerkzaamheden verricht door verstikking om het leven kan komen. Met kooldioxide blussen in kleine ruimtes (toiletten, kleine bergruimtes) moet hiermee wel rekening gehouden worden. Ook moet tijdens het blussen het handvat vastgehouden worden. Het handvat is nodig omdat de temperatuur van het uiteinde van het mondstuk kan dalen tot -80°C en hiermee 3e graads brandwonden kunnen ontstaan.

Brandmeldinstallaties en noodverlichting
Brandmeldinstallaties en noodverlichting zijn aangebracht. Brandmeldinstallaties en noodverlichting worden jaarlijks gecontroleerd door een gecertificeerd bedrijf. Vanaf 2015 moeten rookbeheersings-, brandmeld-, ontruimings- en automatische blusinstallaties die in het kader van de bouwregelgeving zijn vereist, worden voorzien van een inspectiecertificaat. Installaties die tijdig en adequaat worden onderhouden lopen in de regel minder kans op afkeur bij inspectie. Blusmiddelen worden tenminste eenmaal per twee jaar door een deskundige, meestal de leverancier, onderhouden en gecontroleerd op hun werking.
Als school dient u zelf te zorgen voor controle dat de installaties goed functioneren. Hiervoor dient u iemand aan te wijzen. Deze persoon moet maandelijks zorgen voor: visuele controle van de rook-en handbrandmelders en controle van de doormeldfunctie van brand- en storingsmeldingen. Houd bij en leg vast wanneer het onderhoud aan blusmiddelen heeft plaatsgevonden. Lees ook de infosheet van Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV).

Een ontruimingsalarminstallatie is verplicht indien er een brandmeldinstallatie aanwezig is. Deze installatie kan geïntegreerd zijn in de brandmeldinstallatie. Door interne verbouwingen kan het gebeuren dat het ontruimingssignaal niet overal meer hoorbaar is.

De aanwezigheid van een brandmeldinstallatie en ontruimingsalarminstallatie zijn afhankelijk van de gebouwoppervlakte, het aantal verdiepingen en in hoeverre er sprake is van doodlopende einden in het gebouw.

Brandverzekering
Controleer ook de polisvoorwaarden van uw brandverzekeraar of u als school daaraan voldoet.

Vluchtroutes
Een vluchtroute is nodig in iedere ruimte waardoor een verkeersroute voert en in ruimten bedoeld voor meer dan 50 personen. In ruimten voor minder dan 50 is geen vluchtroute nodig.

  • Vluchtroutes moeten duidelijk aangegeven zijn met de daarvoor bestemde groen/witte bordjes met pictogrammen. Deze bordjes moeten ook zichtbaar zijn in het donker en als de stroom uitvalt. Zie ook info over vluchtrouteaanduiding op website van brandweer.
  • Nooduitgangen moeten aan zowel de binnen- als de buitenzijde vrijgehouden worden (zet er dus geen speelgoed, afvalcontainers of fietsen voor). Ze moeten ook herkend worden als nooduitgang door het plaatsen van een bordje "nooddeur vrijhouden” of "nooduitgang”.
  • De nooduitgang moet snel geopend kunnen worden, zonder gebruik van een sleutel.
  • Deuren waardoor meer dan 100 personen vluchten moeten kunnen openen in de vluchtrichting door een lichte druk of een panieksluiting. Een panieksluiting is een ontsluitingsmechanisme dat wordt bediend met een stang die over de volle deurbreedte op de deur is aangebracht. De panieksluiting moet voldoen aan NEN-EN 1125 ‘in de vluchtrichting’ wil zeggen met de stroom vluchtenden mee.
  • Houd gangen en vluchtroutes vrij van obstakels, zoals speelgoed, kasten e.d. 
  • Bij nooduitgangen en vluchtwegen is de minimale breedte en hoogte respectievelijk 0,85 meter en 1,7 meter. In schoolgebouwen die voor 2012 zijn gebouwd is de breedte van de vluchtweg minimaal 0,5 meter.
  • Indien voor speciale gelegenheden meerdere groepen bij elkaar komen in bijvoorbeeld de aula (denk aan open-podium, toneelstuk, jaarafsluiting), dan is het van belang dat er voldoende ruimte (0,4 m) bestaat tussen de rijen (losse) stoelen. Als er meer dan 100 zitplaatsen in een ruimte zijn, moeten de stoelen aan elkaar gekoppeld worden of aan de grond verankerd zijn zodat ze niet om kunnen vallen (op basis van het Bouwbesluit 2012).
  • Op basis van artikel 7.13 van het Bouwbesluit 2012 gelden de volgende eisen t.a.v. de inrichting van een ruimte. De inrichting van een ruimte is zodanig dat
    • Voor elke persoon zonder zitplaats ten minste 0,25 m2 vloeroppervlakte beschikbaar is
    • Voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,3 m2 vloeroppervlakte beschikbaar is, als geen inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang
    • Voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,5 m2 vloeroppervlakte beschikbaar is, als inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang.

Bij de berekening van de per persoon beschikbare vloeroppervlakte wordt uitgegaan van de vloeroppervlakte aan verblijfsruimte na aftrek van de oppervlakte van de inventaris.

Evacuatie
In een ontruimingsplan staat wie welke actie moet ondernemen in geval van een calamiteit. Het bevat procedures die gevolgd moeten worden bij ontruiming, een beschrijving van taken en instructies en tekeningen van de vluchtwegen. Ook wordt vastgelegd welke voorzieningen aanwezig moeten zijn en welke maatregelen hiervoor genomen moeten worden. Alle taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden beschreven. Spreek bijvoorbeeld per lokaal de vluchtroutes af, spreek af wie de toiletten controleert en spreek een verzamelplaats af waar je elkaar na het vluchten ontmoet, zodat je snel weet of er nog iemand binnen is.

  • Houd bij en leg vast wanneer het onderhoud aan blusmiddelen heeft plaatsgevonden. Leg ook vast wanneer ontruimingsoefeningen hebben plaatsgevonden en noteer de resultaten.
  • Iedereen (kinderen en medewerkers) moeten weten wat ze moeten doen bij een ontruimingsalarm, daarom is het van belang om dit regelmatig te oefenen (bijvoorbeeld twee keer per jaar). Oefen niet alleen onder standaardomstandigheden waarbij alle kinderen in de klas zitten, maar ook tijdens bijeenkomsten in de aula of tussen de middag wanneer kinderen overblijven. Evalueer de ontruimingsoefening en pas eventueel het ontruimingsplan aan.
  • Het schoolgebouw moet goed bereikbaar zijn voor de brandweer. Dit wil zeggen dat de verbindingsweg van de openbare weg naar het schoolgebouw vrij moet zijn van obstakels. Het is mogelijk dat de brandweer hiervoor over een stoep moet rijden. Zorg ervoor dat hier geen auto’s parkeren of afvalcontainers staan. Laat dit deel van de stoep markeren door de gemeente. Bespreek de toegang van het gebouw ook met de lokale brandweer.

Nazorg
De gevolgen van een brand kunnen dramatisch zijn. Doden en gewonden kunnen onverhoopt het gevolg zijn van een brand, maar na een brand is er in elk geval altijd sprake van materiële schade. Daarnaast kan een brand ook grote psychosociale gevolgen hebben voor het onderwijspersoneel en de kinderen. Los van alle (im-)materiële schade, moet het onderwijs aan de kinderen ook zo snel mogelijk weer hervat worden. 
Het is daarom van belang dat er expliciet aandacht wordt besteed aan de nazorg. Denk hierbij aan:

  • Hoe begeleiden wij medewerkers en kinderen na een brand?(psychosociale nazorg);
  • Hoe zorgen we ervoor dat we zo snel mogelijk de materiële schade repareren en dat we kunnen uitwijken naar een vervangend schoolgebouw? (materiële nazorg);
  • Hoe gaan we om met de financiële problemen na een brand, bijvoorbeeld met schadeclaims? (financiële nazorg).

Zie voor bedrijfshulpverlening (BHV) het onderwerp Inrichting BHV-organisatie.

Graag ontvangen we uw feedback over onze artikelen.
Laat uw mening hier achter.

thumbs up
thumbs down

Wet en regelgeving

Arbobesluit

  • Veilig gebruik van vluchtwegen en nooduitgangen, Artikel 3.7
  • Brandmelding en brandbestrijding, Artikel 3.8
  • Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering, bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers, Artikel 8.4
  • Specifieke vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering, Artikel 8.10, lid 5
  • Overzicht van borden in verband met brandbestrijdingsmateriaal, Bijlage XVIII, onderdeel 5

Omgevingsvergunning
Voor basisscholen is een omgevingsvergunning verplicht. Deze omgevingsvergunning wordt door de gemeente verstrekt aan de werkgever. De eisen in deze omgevingsvergunning zijn gebaseerd op het Bouwbesluit 2012. Deze eisen kunnen per school verschillen. Daarom is het verstandig om altijd de omgevingsvergunning van uw school te raadplegen. De brandweer is belast met de controle op de naleving van de aan uw school verstrekte omgevingsvergunning.

NEN-normen
EvacuatieLeidraad voor ontruimingsplannen voor gebouwen - NEN 8112:2017 nl geeft aanwijzingen voor het opstellen van ontruimingsplannen in gebouwen. Denk hierbij aan ontruimingen door brand of andere calamiteiten of incidenten. Taken voor de bedrijfshulpverleners (BHV’ers) die met ontruiming zijn belast, staan in deze norm. Het is geen wettelijk bindende norm. In de Arbowetgeving of in de Bouwwetgeving wordt immers niet expliciet verwezen naar deze norm. Deze norm kan alleen dan wettelijk bindend zijn indien de gemeentelijke overheid in een omgevingsvergunning deze norm voorschrijft. In de omgevingsvergunning staat dan expliciet vermeld dat de school de ontruimingsplannen conform NEN 8112 moet uitvoeren.

NEN-normen zijn niet openbaar. Zij zijn te bestellen via www.nen.nl.

Meer info

Websites met algemene informatie

Op de website van de brandweer vindt u algemene informatie rond brandpreventie. De brandweer ziet samen met andere hulpdiensten toe op uw veiligheid. Zij houdt zich bezig met het voorkomen en bestrijden van brand, en het beperken van de gevolgen van brand. Ook voert zij de regie bij rampenbestrijding.
De Nationale Brandpreventieweken worden jaarlijks in oktober georganiseerd. Voor meer informatie klik hier.

Folders met informatie over brandveiligheid

Omgevingsvergunning
Scholen hebben een omgevingsvergunning nodig. Op dit infoblad leest u daar meer over. Via het Omgevingsloket kunt u digitaal een omgevingsvergunning aanvragen.

EHBO-app voor hulp in een noodsituatie
Veel mensen weten niet wat ze moeten doen in een noodsituatie. Daarom heeft het Rode Kruis de EHBO-app ontwikkeld.