lege gang

Kabinet onderstreept noodzaak tot investeringen in onderwijshuisvesting

Goede schoolgebouwen zijn van belang voor de leerprestaties van kinderen en voor een gezonde leer-en werkomgeving van de leerlingen en het onderwijspersoneel. Dat schrijft Koen Becking, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in de periodieke Kamerbrief over onderwijshuisvesting.

Staatssecretaris Becking erkent in de Periodieke Kamerbrief onderwijshuisvesting dat de onderwijshuisvestingsopgave "substantiële extra middelen" vraagt, maar dat het "tot nu toe niet mogelijk is gebleken" om hiervoor aanvullende financiering beschikbaar te stellen. 

De aanpak van onderwijshuisvesting rust volgens Becking op 3 pijlers:

  1. Het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting dat tot doel heeft verbeteringen in het stelsel te verankeren in de wetgeving.
  2. Het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting, dat door bouwend te leren komt tot product- en procesinnovatie.
  3. Het Programma Onderwijshuisvesting, dat zich onder andere richt op kennisdeling, professionalisering, en ondersteuning van gemeenten en schoolbesturen bij hun vastgoedopgave.


Deze aanpakken moeten gezamenlijk leiden tot "het sneller en kostenefficiënter realiseren van kwalitatief betere schoolgebouwen." Hiermee zorgen we ervoor dat de middelen die er zijn zo doelmatig mogelijk worden ingezet en ondersteunen we gemeenten en scholen bij scholenbouw”, aldus de staatssecretaris in de brief. Hij voegt daaraantoe dat dit echter nog geen oplossing biedt voor de aanvullende middelen die nodig zijn voor de gezamenlijke ambitie aan een aanpak van de onderwijshuisvesting. 

Monitoring van schoolgebouwen 

Met de periodieke Kamerbrief verschijnt ook de brede verkenning van monitoringsmogelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting.

Uit het onderzoek door Andersson Elfers Felix (AEF) blijkt dat schoolorganisaties doorgaans over een basisniveau aan gegevens van hun gebouwen beschikken. Die zijn toereikend om meerjarenonderhoudsplannen op te stellen en om grote incidenten in schoolgebouwen te voorkomen. Gemeenten beschikken ook over genoeg informatie om onderwijs huisvestingsplannen te kunnen opstellen. Het Rijk heeft volgens het rapport momenteel het minst zicht op de staat van onderwijshuisvesting op gebouwniveau. Hier ligt de grootste behoefte aan uniformering van gegevens. 

Het rapport van AEF adviseert het ministerie van OCW om te zorgen dat ze structureel inzicht krijgt in de staat van de onderwijshuisvesting op gebouwniveau. Hiervoor bevelen de onderzoekers aan het ministerie aan om regie te nemen in de standaardisatie van indicatoren en definities voor meer professionaliteit van monitoring onderwijshuisvesting. De onderzoekers doen daarbij aanbevelingen voor het voorkomen van extra administratieve lasten.